Konijnorama komt het welzijn ten goede

konijnorama

Tekst: Jinke Hesterman
Foto: Jan Smit/Dierenbeeldbank

Konijnorama komt het welzijn ten goede

Konijnenflats zijn ‘’uit’’. Diervriendelijke huisvesting is ‘’in’’. Met geld van de Dierenbescherming bouwde Stadsboerderij De Mars het Konijnorama. Een uitgekiend concept, waar bestuurslid Egbert Meilink heel wat vrije uurtjes in heeft gestoken.

Over elk detail van het Konijnorama is nagedacht. Egbert Meilink offerde soms zelfs zijn nachtrust op om een onderdeel van dit riante hok uit te werken. De openingen bijvoorbeeld, waardoor de konijnen naar binnen en naar buiten kunnen, mochten geen tochtgaten worden. ‘’Eerst dachten we dat op te lossen met kniestukken. Dat zijn plastic buizen met een bocht erin. Maar ik zag ineens voor me dat een Vlaamse reus daarin vast zou komen te zitten. Dus werden het houten schotjes voor de gaten, een soort sluis, gemaakt van restmateriaal.’’

Het is maar een van de vele oplossingen die Egbert Meilink moest bedenken om het Konijnorama - een idee van Harry Linde, inwoner van Ommen met gevoel voor konijnenwelzijn - ook daadwerkelijk zo te kunnen realiseren dat het zou voldoen in de praktijk. Het idee klonk prima: maak een konijnvriendelijk verblijf met uitloop en graafmogelijkheden. Maar alle konijnen bij elkaar in één ruimte, dat was vragen om moeilijkheden. ‘’Je kunt konijnen niet zo maar bij elkaar doen’’, weet Meilink. ‘’Dat kan alleen als ze dat van jongs af aan gewend zijn. Is dat niet het geval, dan kunnen zelfs de voedsters elkaar de tent uit vechten.’’

Pas toen Harry Linde opperde om uit te gaan van een cirkel en die te verdelen in taartpunten, kreeg Meilink de geest: geen ruziënde konijnen, maar dieren die gescheiden door gaas vreedzaam kunnen samenleven. Geen hokken bovenop zandheuvels, die door al het graafwerk binnen de kortste keren zouden gaan verzakken, maar een tegelvloer met daarop twintig centimeter zand en een binnenverblijf op een verhoging.

Maquette
Omdat hij toch niet stil kan zitten en hij met zijn technische achtergrond goed is in het bedenken van constructies, maakte Egbert Meilink in een paar avonden een ontwerp en bouwde hij een maquette. Uitgangspunt vormde daarbij de populatie konijnen op De Mars, waar voor de vrouwelijke dieren van de diverse rassen negen verschillende verblijven moesten komen.

De totale bouwkosten schatte hij op € 3000, maar uiteindelijk bleek er niet meer dan € 2250 op de rekening te staan die Stadboerderij De Mars bij de afdeling Noord-Overijssel van de Dierenbescherming mocht indienen. Samen met vrijwilliger Rob van Tulden werkte Meilink vanaf april 2010 zo’n twee middagen in de week aan het konijnenproject. Toen het bouwwerk er stond, was het inmiddels te koud om de konijnen die altijd gewend waren om binnen te zijn, naar buiten te doen. Vandaar dat het Konijnorama pas in het vroege voorjaar van 2011 is geopend.

Plezier
Dat de konijnen een hoop plezier beleven aan deze vorm van huisvesting valt uit het gedrag wel af te leiden. Ze bewegen veel, gaan naar binnen en weer naar buiten. Een Vlaamse reus ligt te luieren in het zand. Een van de voedsters van het ras Rex, kleurslag dalmatiër, heeft in het Konijnorama haar eerste nest met negen jongen groot gebracht. Maar niet alle konijnen springen even enthousiast in het rond. Voor sommige was het echt even wennen. Altijd binnen en nu ineens naar buiten? Een van de voskonijnen heeft er een paar maanden over gedaan om te ontdekken dat er een gat in de wand van het binnenverblijf zat. Ze zit nog steeds een beetje timide in een hoekje op de grond.

Voor de vrijwilligers van De Mars is het konijnenverblijf een doorslaand succes. Het project kreeg veel aandacht van konijnenliefhebbers en het is nog prettig schoonmaken ook. Egbert Meilink heeft bij het ontwerp veel aan de vrijwilligers gedacht. ‘’Dierenwelzijn is prima, maar het moet wel praktisch blijven’’, zegt hij. Bijkomend voordeel is dat veel konijnen hun behoefte doen in het zand. De keutels kunnen vrij eenvoudig uit de uitloop worden verwijderd. Na een jaar kan al het zand er een keer worden uitgeschept, verwacht de bouwer van het Konijnorama. Een lokaal tuincentrum is sponsor van De Mars. In de aanvoer van een verse laag is dus al voorzien.

Technische details
Het Konijnorama is een vierkant van drie meter breed en een nokhoogte van 2.30 meter. In het hart van het Konijnorama bevindt zich het binnenverblijf met negen binnenhokken op een hoogte van ongeveer een meter, zodat de kruiwagen eronder kan bij het schoonmaken. De hokken zijn 62 cm hoog (omdat een konijn over een plank met een dergelijke hoogte kan springen, is de bovenkant afgedekt met gaas), 55 tot 70 cm breed, 80 cm diep. Ze rusten op stevige balken die zelf weer rusten op vier palen, in elke hoek één. De hokken hebben geen deurtjes, maar luiken die naar boven toe open geschoven kunnen worden. Bovenin het binnenverblijf zitten aan beide zijden drie raampjes, waarvan de middelste open kunnen. De toegangsdeur tot het Konijnorama is 90 cm breed en 1.80 m hoog.
De konijnen kunnen naar buiten door een rond gat, bekleed met stevig plastic materiaal, ‘knaagproof’. Voor het gat zit een verplaatsbare, houten windsluis. Zo’n tien centimeter onder de gaten bevindt zich aan de buitenzijde een plank van 40 cm breed. Om te voorkomen dat konijnen nat worden, steekt het dak rondom 60 cm over. Via een loopplank kunnen de konijnen naar de grond, waar een 20 cm dikke laag zand is aangebracht op een tegelvloer.
De compartimenten zijn van elkaar gescheiden door een afrastering van hout en gaas, hoog genoeg om te voorkomen dat de verschillende konijnen bij elkaar op bezoek gaan, maar niet te hoog, zodat de verzorgers er gemakkelijk overheen kunnen stappen. De balustrade rondom is een meter hoog, op de palen zijn hier en daar overstapplaatsen gemaakt voor de verzorgers,

Verschenen in: 

Reactie toevoegen

To prevent automated spam submissions leave this field empty.
CAPTCHA
We stellen u deze vraag om te controleren of u een mens bent in plaats van een automatisch script.