Landelijk kennisnetwerk van houders van boerderijdieren

Verrassende vriendschappen

Ingediend door jinke op 19 maart 2017 - 15:24
Tekst: Jinke Hesterman
 
Zwanen met ganzen, ganzen met kippen, een paard en een varken, varkens en geiten – soort zoekt meestal soort, maar niet altijd. In wonderlijke combinaties manifesteert zich liefde voor het leven. Hoe kan dat?
 
Natuur- en wetenschapsjournalist Jennifer Holland schreef er twee boeken over. Niet alleen om bijzondere, aandoenlijke verhalen over opmerkelijke liefdes en vriendschappen tussen dieren op te tekenen, maar ook om een verklaring te zoeken. Want wat drijft een cavia ertoe contact te zoeken met een konijn en tegen hem aan te kruipen? En waarom neemt een hen de plaats in van een moederhond als die haar nest met pups verlaat?
 
In de boeken van Holland passeert een hele reeks vriendschapsrelaties de revue. Allemaal relaties tussen dieren van verschillende soorten. Want dat maakt het zo bijzonder. Een olifant en een schaap. Een kalkoen en een hert. Een hond en een ezel. Een geit en een giraf. Een stier en een paard. Je kunt het zo gek niet bedenken of Holland vond er wel een voorbeeld van. 
 
Veel van deze relaties doen zich voor in gevangenschap, dat wil zeggen bij diersoorten die door de mens bij elkaar zijn gebracht, in situaties waar dieren weinig van elkaar hebben te vrezen en elkaar niet als concurrenten hoeven te zien. Toch zoeken ook in het wild dieren elkaar op die gewoonlijk een gescheiden leven leiden. Het gaat dan vrijwel altijd om individuen die de veiligheid missen van een groep. Zoals een eenzame gans die zich aansluit bij een koppeltje zwanen, wat er zelfs toe kan leiden dat de ene soort de eieren uitbroedt van de ander. Het gebeurt allemaal.
 
Trouw
Houders van meerdere diersoorten zullen veel herkennen in wat Holland beschrijft. Op menig erf ontstaan verrassende vriendschappen. Zoals bij Clarie Knispel, waar paard Drian meerdere keren per dag zijn hoofd over het hek buigt om contact te zoeken met varken Daisy. ‘’Wat ze tegen elkaar zeggen, weet ik niet’’, tast Clarie in het duister over de gevoelens die deze twee dieren voor elkaar koesteren. Maar dat er iets bijzonders tussen Drian en Daisy is gegroeid, daarover bestaat geen twijfel.
Bij Diana Terwisscha en Wim Ozinga, waar de kip Jantien en de gans Maarten al enige tijd onafscheidelijk zijn, ligt de liefde er dik bovenop. Ze hebben zelfs hun eigen Facebook-pagina waarop hun belevenissen te volgen zijn. Samen hebben ze al een nest kuikens grootgebracht. Ontroerend zijn de vele anekdotes die op de Facebook-pagina in foto’s en korte verhaaltjes zijn vastgelegd. Maarten en Jantien lijken elkaar voor eeuwig trouw te hebben gezworen. Het is een vriendschap waar niemand anders tussen kan komen, die zich niet laat verstoren door een schaap of een eend. 

 
Wederzijds
Genegenheid, vriendschap, liefde – eigenlijk hoeft het ons niet te verbazen dat dieren van verschillende soorten elkaar op het emotionele vlak weten te verstaan. Wij mensen zijn er zelf het grootste voorbeeld van. Talrijk zijn de verschillende dieren waarmee we ons omringen, waar we voor zorgen, ons prettig bij voelen en plezier mee beleven. We zouden dat niet doen als de gevoelens niet wederzijds waren. Althans, als het dier niet ongeveer hetzelfde voelt als wij. 
Voor wie daar nog aan twijfelt, citeert Holland de Amerikaanse biologe en primatenkenner Barbara King: ‘’Dieren hebben een vermogen tot vriendschap ongeacht de omstandigheden.’’ Ook Jane Goodall, die een relatie aanging met chimpansees, laat ze aan het woord: ‘’Je kunt je leven niet op een betekenisvolle manier met dieren delen zonder je te realiseren dat ze een andere persoonlijkheid hebben. Hebben ze vermogens en emoties die nauw verwant zijn aan de onze? Absoluut.’’ 
 
‘’Natuurlijk is vriendschap een menselijke term die een menselijke emotie beschrijft’’, aldus Holland. ‘’We weten niet of dieren vriendschap net zo ervaren als mensen. Maar ik twijfel er geen moment aan dat mijn huisdieren veel voor elkaar voelen, een vriend missen als ze gescheiden worden en rouwen als die vriend overlijdt.’’ 
 
Als mensen met andere diersoorten vriendschap kunnen sluiten, dan kunnen andere diersoorten onderling dat ook. Zeker als het erop aankomt om voor elkaar te zorgen, elkaar te beschermen tegen pijn of leed en over elkaar te waken bij ziekte. Voor de Nederlandse primatoloog Frans de Waal staat vast dat dieren van verschillende soorten daar wel degelijk toe in staat zijn: ‘’De neiging om voor een ander dier te zorgen, is niet honderd procent zuiver geprogrammeerd voor de eigen jongen, alhoewel zulk gedrag daar aanvankelijk wel voor bedoeld was”, zei hij onlangs in de NRC. De bekende zoöloog Tim Clutton-Brock, hoogleraar in Cambridge, weet waarom dieren van verschillende soorten tot dergelijk ‘’afwijkend’’ gedrag overgaan: ‘’De zorg voor niet-soortgenoten wordt veroorzaakt door een evolutionair heel nuttige neiging: om in een groep aardig en meewerkend te zijn.”
 
Empathie
Zorgen voor een dier van een andere soort mag dan afwijkend gedrag zijn, het komt vaker voor dan lang is gedacht. En het doet zich voor bij vele diersoorten. Die gedragen zich in het algemeen zoals natuurlijke selectie voorschrijft. Maar individuen kunnen zich daaraan onttrekken. De aanwezigheid van een gevoelsleven, zelfbesef en het vermogen tot empathie blijken belangrijke voorwaarden, niet alleen voor een relatie met een dier van dezelfde soort, maar ook voor een relatie met een dier van een andere soort. De bioloog Mark Beckoff schrijft in Het emotionele leven van dieren: ‘’We weten dat talloze diersoorten een rijkgeschakeerd gevoelsleven hebben en dat zij sommige emoties ervaren die een zekere mate van bewust denken vereisen, zoals ook geldt voor empathie. (..) Er zijn grote verschillen in het hersenvolume van muizen, honden, olifanten en mensen, maar al deze soorten geven blijk van blijdschap en mededogen.’’  Volgens Beckoff kunnen dieren ook verliefd worden. Romantische liefde is geen menselijk privilege, stelt hij. Honden, katten, koeien, schapen, varkens – ‘’hun liefde is zo zuiver en onvoorwaardelijk als maar mogelijk is.’’ 
 
Een muilezel en een stier 
Als voorbeeld brengt hij de blinde muilezelin Annie en de stier Charlie ten tonele, twee bewoners van de Black Forest Animal Sactuary in de staat Colorado. Annie leefde al ruim een jaar voordat ze kennismaakte met Charlie. ‘’In het begin werden Annie en Charlie in verschillende weilanden gehouden, maar gedurende een koude winterperiode werden alle graasdieren in dezelfde omheinde ruimte bijeen gedreven, zodat ze elkaar warm konden houden. Charlie kon het direct goed met Annie vinden. Hij begon haar kopjes te geven en met haar te spelen. Tegenwoordig is het tweetal onafscheidelijk. Annie had altijd grote moeite om de waterbak te vinden, maar Charlie brengt haar erheen, zonder mankeren. Ze volgt hem overal door de wei en voorkomt zo dat ze tegen de omheining stoot. Het tweetal slaapt zelfs dicht tegen elkaar aan.’’
Mooier kunnen dieren het leven voor elkaar bijna niet maken. Het had zo een verhaal uit Onmogelijke liefdes van Jennifer Holland kunnen zijn. 
 
Welke dieren kunnen goed samen in een weitje?
Als je dieren wilt gaan houden en het liefst meerdere soorten samen in een wei, reken er dan niet op dat het allemaal vanzelf goed gaat. Er kunnen verrassende vriendschappen ontstaan, maar ook onderlinge ruzies en gevechten.
Het samenvoegen van dieren moet altijd met de nodige voorzichtigheid gebeuren, of het nu om dieren van dezelfde of van een verschillende soort gaat. De meeste diersoorten kennen binnen een groep een bepaalde rangorde en daar zul je rekening mee moeten houden. Geef de dieren de kans aan elkaar te wennen. En zorg ervoor dat ze de ruimte hebben, zodat ze weg kunnen als ze belaagd worden. Gaat het om grotere en kleinere dieren, dan is het handig om een stroomdraadje te spannen, waar de kleine dieren wel en de grote dieren niet onderdoor kunnen. Het beste kun je in het begin de dieren gescheiden houden, op zo'n manier dat ze elkaar wel zien, maar niet kunnen verjagen. Vaak ontstaan er problemen rond de voerplaats. Geef ze dan apart voer.
Op deze website staan speciale tips over het samenvoegen van kippen. Zie http://www.levendehave.nl/artikelen/vijf-tips-voor-het-samenvoegen-van-…
Hieronder beschrijven we een aantal mogelijke combinaties en ook combinaties waaraan je beter niet kunt beginnen.
 
Verschillende soorten ganzen:  dat kan, zeker als ze de ruimte hebben. In het broedseizoen kunnen de ganzen het beste gescheiden worden. 
 
Kippen en ganzen: gaat prima samen. Kippen hebben wel een nachthok nodig met zitstokken en legnesten. Ganzen hebben voldoende aan een schuilgelegenheid, ook om ze te beschermen tegen de vos. Kippen, ganzen, eenden en duiven kunnen bijgevoerd worden met dezelfde legkorrel en hetzelfde  gemengd graan. Hou er wel rekening mee dat ganzen vooral gras moeten eten en dat de wei dus niet al te kaal mag worden. Geef de ganzen ook af en toe winterpeen, voederbiet en boerenkool. 
Kippen en eenden: gaat prima, zolang de kippen niet in het water van de eenden terecht komen. Kippen kunnen niet zwemmen.
 
Kippen en konijnen: dat kan, maar hou er rekening mee dat konijnen andere eisen stellen aan een afrastering dan kippen. Konijnen zijn gravers en lopen binnen de kortste keren buiten de omheining.  Ook hebben ze allebei verschillende soorten voer nodig. Zie wiki's over voeding van kippen en voeding van konijnen. Kippen en knijnen kunne elkaar besmetten met pasteurella multicoda. Kan bij konijnen leiden tot infectie van de voorste luchtwegen en bij kippen tot pasteurellose of kippencholera.
 
Kippen en kalkoenen: niet doen als de kalkoenen nog jong zijn. Kippen kunnen drager zijn van de parasiet die Blackhead veroorzaakt, zonder ziek te worden. Kalkoen gaan daar dood aan. Pas op een leeftijd van zes maanden hebben kalkoenen voldoende weerstand, maar je weet nooit of het genoeg is.
Kippen en schapen of geiten: kippen met schapen gaat prima, kippen met geiten is niet zo verstandig vanwege de overdracht van parasieten met cryptosporidiose als gevolg. Geiten en kippen zul je in elk geval gescheiden moeten houden, zodanig dat ze niet bij elkaars voer kunnen komen. Welk soort kippenvoer je je kippen ook geeft, het zal altijd ongezond zijn voor je geiten. Elke graansoort is erg slecht voor de penswerking. Een geit heeft voldoende aan goed hooi en stro en gras en takken en bladeren van struiken en bomen. 
Kippen en koeien: geen probleem.
Varkens en kippen: gaat prima, hoewel er varkens bestaan die de kippen het liefst zouden willen  opeten. Maar als de kippen weg kunnen vluchten dan is er niet zoveel aan de hand. Geef ze wel gescheiden voer. Kippen eten graag varkensbrok, maar moeten vooral voldoende legkorrel binnen krijgen. En zorg ervoor dat de varkens niet in het kippenhok kunnen komen.
 
Ganzen en parelhoenders: dat gaat meestal wel goed. Parelhoenders zijn over het algemeen vrij agressief, maar ganzen kunnen dat wel hebben. Hou er wel rekening mee dat parelhoenders zich anders dan ganzen weinig aantrekken van een afrastering. Ze kunnen goed vliegen, gaan graag op stap en maken veel kabaal.
Schapen en ganzen: op zich geen probleem, maar ganzen poepen wel alles onder en de schapen zullen dat gras niet meer eten.
Schapen en geiten: ja, maar hou rekening met het verschil in voeding. Een schaap graast, een geit wil graag knabbelen aan takken, stronken, en natuurlijk hooi. Geiten zijn schapen al gauw de baas. Geef je ze 's winters wat brok, hou er dan rekening mee dat de schapen en de geiten gescheiden gevoerd moeten worden. Geiten hebben ook een stalletje nodig waarin ze kunnen schuilen als het regent. 
 
Varkens en schapen of geiten: niet zo'n goed idee. Varkens ploegen het hele weiland om en dan is er voor de schapen en de geiten niets meer te eten.
Ezels en geiten: niet verstandig. Als deze dieren gevoerd worden kan er zogenaamde "voernijd" optreden. Dat wil zeggen dat het ene dier het ander dier aanvalt om deze bij het aangeboden voer weg te houden. Ezels en ook paarden kunnen erg hard bijten. Daarom zullen ze het altijd winnen met alle gevolgen vandien. Ezels die in het wild leven zijn meer territoriaal ingesteld dan paarden. Dat is de reden waarom onze gedomesticeerde ezels ook nog territoriale trekjes vertonen. Dit kan leiden tot agressief gedrag tegenover concurrenten zoals andere graasdieren en ook katten, honden, en kippen.
 
Herten en paarden: dat is geen goede combinatie. Het zijn allebei schrikachtige vluchtdieren. 
 
Ezels en paarden: longwormen vormen een gevaar. Ezels kunnen die bij zich dragen zonder er ziek van te worden. Ze kunnen de paarden besmetten die er wel ziek van kunnen worden. Een goede preventieve aanpak bestaat uit mestonderzoek bij de ezel, op basis van onderzoeksresultaten eventueel ontwormen, de weide afwisselend begrazen, en de stallen geregeld schoon maken. Zet je ezels en paarden bij elkaar, dan moet je dat goed begeleiden. Dat kost veel tijd! Met grote dominante paarden gaat het moeilijker omdat ezels hun gedrag vaak niet accepteren.
 
Schapen en paarden: gaat prima, zowel bij elkaar of als ter afwisseling.
Lama's en alpaca's: ze zijn lid van dezelfde familie kameelachtigen. Alle lamasoorten zijn nauw verwant aan elkaar. De alpaca is het meest verwant aan de vicuna, ook een lamasoort. Alpaca's zijn wel meer kuddedieren dan lama's. Mannelijke lama's en vrouwelijke alpaca's kunnen met elkaar paren. Hun nakomelingen heten huarizo. Van deze kruisingen is lange tijd gedacht dat ze niet vruchtbaar zijn, maar volgens recent genetisch onderzoek moet het mogelijk zijn de vruchtbaarheid te behouden.
 
Nandoes, schapen en mini-ezels: garanties dat het goed gaat, zijn niet te geven. Ruimte is het allerbelangrijkste. Als je meerdere diersoorten in een wei wilt houden, zul je maatregelen moeten kunnen treffen voor als het mis gaat. Je zult dus de ruimte moeten hebben om de wei in meerdere delen te splitsen. Nandoes hebben bovendien een stevige afrastering nodig van anderhalve meter hoog. Ook zul je voor de dieren verschillende voerplaatsen willen aanleggen. Het is kortom een hele organisatie, zo'n dierentuin.  
Verschenen in