Huisvesting van paarden

Laatst gewijzigd: vr, 03/02/2017 - 10:28
Huisvesting van paarden

Het paard is een grazer, een kuddedier en een vluchtdier. De huisvesting van paarden zou daarop afgestemd moeten worden. Weidegang, voldoende gezelschap en beweging komen het welzijn van paarden ten goede. Een goede Afrastering - geen prikkeldraad, maar een omheining met palen en stroomdraad - zorgt ervoor dat de paarden in de wei blijven.
Een paardenwei vergt het hele jaar door het nodige onderhoud. De wei moet in een goede conditie worden gehouden en niet te rijk, maar ook niet te arm aan voedingsstoffen zijn. Een schutstal in het weiland geeft paarden bescherming tegen zon, wind en regen.


Soms moet een paard binnen blijven. Zorg er dan voor dat het paard naar buiten kan kijken. Het dier kan dan andere dieren, paarden en mensen zien, horen, ruiken en aanraken. Zo houden de dieren een kuddegevoel, ondanks de individuele huisvesting.
Voor paardenstallen geldt een aantal minimum vereisten wat betreft afmetingen en lichtinlaat. Ook de omgevingstemperatuur speelt een rol. Zie de Gids goede praktijken van de Sectorraad Paarden in de biijlage.

Paarden zijn van nature ongeveer zestig procent van hun tijd bezig met grazen en stappen. Dieren die daarin belemmerd worden, ontwikkelen gedragsproblemen en problemen met hun gezondheid (zie ook: Stalondeugden). Om die reden is het concept ontwikkeld van een bewegingsstal voor paarden.

Meer over de huisvesting van paarden:


Gerelateerde onderwerpen:


Terug naar:

Reactie toevoegen