Pasgeboren jongen vragen om verzorging

Tekst: Jinke Hesterman
Foto: Jan Smit Dierenbeeldbank
 
Ingrijpen geboorte kan moedergedrag verstoren
Pasgeboren jongen vragen om verzorging
 
De geboorte van een jong is een van de meest emotionele momenten die een houder van dieren meemaakt. Veel dierhouders hebben de neiging te helpen, terwijl observeren en niet mee bemoeien juist het devies zou moeten zijn. Ingrijpen kan het moedergedrag verstoren.
 
Graseters zetten nazaten op de wereld die al meteen kunnen zien, horen, bewegen en zichzelf kunnen voeden. Dit is het resultaat van evolutie: de soorten hebben zich aangepast aan de omstandigheden van een kudde die zich telkens verplaatst naar voedselrijke gebieden. Hoe anders gaat het bij varkens: zeugen zonderen zich af van de familiegroep en werpen daar vrij hulpeloze wezens, die amper kunnen zien, maar gelukkig wel een beetje kunnen voelen en ruiken. Op de tast begeven pasgeboren biggen zich naar de tepels van de zeug. Ze blijven met hun moeder zeker een dag of tien in het nest. 
Kippen zijn eigenlijk net als varkens: echte kwartiermakers. De hen broedt haar eieren uit in een nest, waar ze zeker de eerste dagen met haar jonge grut doorbrengt. Ze komt er wel vanaf - om samen met de kuikens te eten en te drinken - maar keert er zeker de eerste dagen telkens weer naar terug. Dagelijks vergroot ze  haar actieradius en geeft ze haar kuikens een spoedcursus overleven. Kuikens zijn net als graseters en anders dan biggen direct al behoorlijk zelfredzaam. Ze kunnen zien, horen, bewegen en zichzelf voeden.
Dat kan weer niet worden gezegd van konijnen. Een voedster graaft voor elke worp een nieuw nest, “een werppijp”, in of aan de rand van het holenstelsel. De moeder zoogt de jongen vier tot zes weken, meestal twee maal per dag: 's ochtends vroeg en 's avonds laat. Dat zogen duurt maar enkele minuten. Is ze klaar, dan verlaat de moeder het nest en sluit ze de werppijp af.
 
Geen instinct
Schapen, geiten, paarden, ezels, varkens, konijnen, koeien en kippen - ze vertonen rond de geboorte van hun jongen grote verschillen, maar één ding hebben ze gemeen: moedergedrag. Zelfs het konijn dat buiten het zogen om geen contact met haar jongen heeft, brengt haar nageslacht met de nodige zorg groot.
Lang is moedergedrag omschreven als een instinct. Maar na jaren van onderzoek zijn wetenschappers het erover eens dat zorgen voor een jong het resultaat is van een heel complex aan gedragingen en neigingen. Dieren die voor het eerst moeder worden, vertonen doorgaans niet spontaan moedergedrag. Er is dus geen sprake van een soort oerdrift die vanzelf op gang komt. Sterker nog: onervaren moeders kunnen zelfs de neiging hebben het jong te mijden. Pas door enige tijd blootgesteld te worden aan een gezond jong dat appelleert aan haar moedergedrag zal de jonge, afstandelijke moeder toenadering zoeken. Wanneer het jong haar daar niet toe uitnodigt, kan het dus slecht met hem of haar aflopen.
 
Verschillende hormonen - en niet speciaal de hormonale veranderingen die tijdens de dracht optreden - spelen een rol bij de coördinatie van het proces dat bij de moeder na de geboorte van een jong op gang komt, maar dat geldt evenzeer voor zintuigen en activiteiten in de hersenen. Sterker nog: er zijn weinig delen van de hersenen en weinig hormonen die niet van invloed zijn op moedergedrag. Zo zijn de hormonen oxytocin en vasopressin betrokken bij het ontstaan van een band tussen moeder en jong. Maar even zo goed gebruikt een ooi haar prefrontale cortex voor de interpretatie van geuren die helpt bij de herkenning van bijvoorbeeld lammeren. En kent de amygdalae - gebieden die diep in de hersenen liggen - emotionele waarde toe aan prikkels die het moederdier krijgt door middel van geuren en feromonen. Ook zouden verschillen in dopamine- en serotoninespiegels verklaren waarom het ene moederdier meer moederzorg vertoont dan het andere, hoewel nog onduidelijk is of deze factoren oorzaak zijn of gevolg.
 
Alle literatuur overziend onderscheidt de Amerikaanse psycholoog en neurowetenschapper Mark Kristal vier aspecten aan moedergedrag:
de voorbereiding (nest bouwen, veranderingen in de verzorging van zichzelf);
de eerste tekenen van moedergedrag als het jong verschijnt;
het voortzetten van moedergedrag gedurende de hele lactatieperiode, ongeacht verandering van omstandigheden en tijdelijke afwezigheid van het jong;
het opeten van de placenta, het nest verzorgen en verdedigen.
 
Varkens
Het is niet bekend of bij dieren die voor de geboorte een nest bouwen, het moedergedrag wat gemakkelijker op gang komt, maar het ligt wel voor de hand. Zo verlaten zeugen na een dracht van 115 dagen een of twee dagen voordat ze gaat werpen, de familiegroep om een geschikte nestplaats te zoeken. Daarbij kan ze soms enkele kilometers afleggen voordat ze een geschikte, beschutte plek heeft gevonden. Vervolgens maakt ze een nest door eerst ruw en daarna steeds fijner nestmateriaal te verzamelen. 
Wanneer het nest klaar is, schuift ze, vaak knielend, tussen het nestmateriaal dat de zeug soms geheel kan bedekken. Het werpen begint meestal enkele uren nadat het nest is af gebouwd. Het werpen zelf neemt ongeveer vier tot zes uur in beslag onder semi-natuurlijke omstandigheden.
Na de geboorte kruipen de biggen naar de spenen van de zeug. Gedurende de eerste dagen zoogt de zeug ongeveer ieder uur, waarbij een complexe interactie tussen de zeug en haar jongen plaatsvindt. De zeug maakt daarbij allerlei geluidjes. Al enkele dagen na de geboorte beginnen de biggen hun omgeving te verkennen en vaste voedseldeeltjes in de mond te nemen. Tot een dag of 10 verblijft de zeug met haar biggen in of in de buurt van het nest; dit verstevigt de  band tussen moeder en jongen. Daarna keert ze met haar biggen terug naar de familiegroep. De zeug zal ze in het begin sterk verdedigen, maar naarmate de tijd verstrijkt leggen de biggen steeds vaker contact met andere leden van de familiegroep. 
 
Verrekijker en klok
Nu vaststaat dat de totstandkoming van moedergedrag gebaat is bij rust, past de nodige terughoudendheid van de mens bij de geboorte van nieuw leven. Het beste is de geboorte vanaf een afstand te volgen, eventueel met een verrekijker om toch zo goed mogelijk te kunnen zien wat er gebeurt. En met een klok in de hand. Want voor elke normale geboorte staat een bepaalde tijd. Duurt het langer, dan is er misschien toch iets mis en kan ingrijpen nodig zijn om het leven van moeder of jong te redden.
In de commerciële veehouderij is ingrijpen bij een geboorte schering en inslag. Dat de band tussen moederdier en jong daarmee kan worden verstoord, is niet relevant. Het jong wordt immers toch bij de moeder weggehaald. Voor een hobbyhouder ligt dat heel anders. Wel zijn er bepaalde rassen waarbij je geboorteproblemen kunt verwachten. Zoals bij de schapen de Texelaar. Houders van deze rassen beleven in de lammertijd de drukste periode van het jaar. 
 
Verschenen in: 

Reactie toevoegen

To prevent automated spam submissions leave this field empty.
CAPTCHA
We stellen u deze vraag om te controleren of u een mens bent in plaats van een automatisch script.